Categorieën
Journalistiek Kunst

Een gipsen Michelango-kopie en zijn vergeten makers

In 1969 kocht ik als kind, in een opwelling, een gipsen madonna bij de lokale kruidenier in Eksel. Het beeld had er jarenlang op een schap stof staan vergaren en werd een cadeau voor mijn moeder – gekocht met haar eigen geld. Na haar overlijden wilde niemand het hebben, dus belandde het op mijn kast. Decennia later ontdekte ik pas dat het een kopie was van Michelangelo’s Madonna in Brugge, een Vlaams Topstuk. In tegenstelling tot vele anonieme reproducties, draagt dit exemplaar twee mysterieuze markeringen: “Vandenbussche” en “NJS”, het startpunt van een onverwachte zoektocht.

Het Archetype – Michelangelo’s Madonna van Brugge (1501-1504)

Michelangelo’s Madonna met Kind (1501-1504) is een invloedrijk werk uit de Hoogrenaissance, bekend om zijn revolutionaire compositie. Het Christuskind staat op het punt de wereld in te stappen, terwijl Maria’s melancholische, afgewende blik zijn toekomstig lijden lijkt te voorzien. Deze psychologische diepgang en de unieke geschiedenis van het beeld verklaren zijn populariteit. Als enige sculptuur van Michelangelo die Italië tijdens zijn leven verliet, en tweemaal uit Brugge geroofd (door Franse revolutionairen en later door Nazi’s), kreeg het een iconische status. Deze faam leidde tot een grote vraag naar reproducties, zowel voor kunsteducatie als voor huiselijke devotie. De introspectieve emotie van het beeld sloot bovendien goed aan bij de meer persoonlijke geloofsbeleving van de 20e eeuw.

Madonna van Brugge
Madonna van Brugge (foto: onbekende fotograaf, via x.com)

Deconstructie van de Markeringen I: De Signatuur “Vandenbussche”

De signatuur “VANDENBUSSCHE” op de achterkant verwijst naar de maker van het originele houten model. De textuur van het afgietsel imiteert namelijk gedetailleerd houtsnijwerk. De achternaam Vandenbussche komt veel voor in West-Vlaanderen, wat een duidelijke geografische link legt met het onderwerp: de Brugse Madonna. Maar ik vond geen houtsnijder of kunstenaar terug die in aanmerking komt.

De twee verschillende markeringen (“Vandenbussche” en “NJS”) duiden op een typisch 20e-eeuws productieproces: een ambachtsman creëert het model en een commerciële producent verzorgt de massaproductie.

Deconstructie van de Markeringen II: Het Monogram “NJS”

Het monogram “NJS”, ingekerfd of ingestempeld aan de achterzijde in een plooi van het kleed van de madonna, is vermoedelijk het merkteken van de producent. Ondanks onderzoek in gespecialiseerde databases levert dit monogram geen match op met een bekende gipsgieterij. De meest plausibele hypothese is dat “NJS” staat voor een klein, lokaal familiebedrijf, mogelijk naar het model “N. Janssen & Zonen”, een veelvoorkomende naam in de Euregio Maas-Rijn. Staat de S misschien voor Sint-Truiden? Het feit dat het bedrijf onvindbaar is, is significant: het sluit grote, gedocumenteerde producenten uit en wijst sterk in de richting van een klein atelier dat ten onder ging tijdens de marktcrisis van de late jaren ’60 van de vorige eeuw. Het beeld is daarmee een artefact van een verdwenen, lokale industrie waarvan de administratie verloren is gegaan.

De Industriële en Sociaal-Culturele Context (ca. 1920-1970)

De Euregio Maas-Rijn, met centra als Venlo, de Kempen en het nabijgelegen Kevelaer, was een belangrijk productiegebied voor religieuze beelden. Grote fabrieken zoals Sint Joseph (BSJ, 1924-1965) en Gerard Linssen (GLV, 1887-ca. 1931+) in Venlo, Sint-Oda (familie Swinkels, 1905-ca. 1969) in St. Oedenrode, Atelier J.W. Ramakers & Zonen (1851-1948) in Geleen, A. Carli Frères (begin 20e eeuw-ca. 1970) in Schaarbeek en diverse ateliers in het Duitse Maria-bedevaartsoord Kevelaer (HKK, GDK, etc.) domineerden de markt van devotionele beelden, naast talloze kleinere, lokale ateliers.

De aankoopdatum van het beeld, circa 1969, is cruciaal. Deze valt samen met een periode van drastische culturele verandering. Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) en de snelle secularisatie leidden tot een ineenstorting van de vraag naar devotionele kunst. Fabrieken sloten massaal hun deuren, zoals BSJ in 1965.

Dit beeld is dus een “overlever” van deze ten onder gegane industrie, hoogstwaarschijnlijk gekocht uit de restvoorraad van een recent gesloten fabriek. De aankoopdatum markeert het einde van zijn commerciële leven en het begin van zijn bestaan als cultuurhistorisch object.

Conclusie: Meer dan gips

Hoewel de materiële waarde beperkt is, heeft het beeld een aanzienlijke cultuurhistorische waarde. Het is een tastbare getuige van de naoorlogse katholieke devotie, de 20e-eeuwse massaproductie en de dramatische impact van secularisatie op een ooit bloeiende regionale industrie. Voor mij heeft het ook een emotionele waarde, als tastbare herinnering aan mijn moeder.

P.S.: Deze zoektocht mede uitgevoerd met behulp van Gemini 2.5 Pro.

Categorieën
Boeken Journalistiek

Panorama (BRT) 29/05/1986 Beveiliging Doel (nav Tsjernobyl)

Vandaag 26 april 2016 is het 30 jaar geleden dat de kerncentrale van Tsjernobyl in de lucht vloog. Iets meer dan een maand later zond Panorama (BRT) deze reportage uit van Terry Verbiest over de beveiliging van de kerncentrale van Doel. Met onder andere een interview met yours truly opgenomen vóór Doel 1 (ik had enkele jaren geleden daarvoor een boek over deze materie gepubliceerd bij EPO, getiteld België, de dag na de bom).

Categorieën
Internet Journalistiek Privacy Security

Fake Linkedin Profiles Worryingly More Difficult to Spot

As others have mentioned, Fake Profiles Are Killing LinkedIn’s Value. The few fake invites I receive are generally easily to spot, for example because they use a private e-mailaddress from a known spam-domain such as mail dot ru, or because the profile is filled with spelling errors.

Today was different. Peter Fleischmann, CEO of the German consulting company FIMAD GmbH, invited me to contact him. He looks like an agreeable kind of guy, as you can judge for yourself from this screen capture of his Linkedin profile:

The good looking "Peter Fleishmann"
The good looking “Peter Fleishmann”

Peter’s profile looked okay to me. Granted, I didn’t know the guy personally, but as a journalist it’s often impossible to remember whom I’ve been in contact with through e-mail, chat, at a conference or on a social network.

Generally I do not connect with people I do not remember at all, but since Peter had 500+ connections, was a paying Linkedin Premium-member, which sets you back between 226 and 899 euros a year (sales tax not included), and even shared one connection with me (whom shall remain unnamed), I decided to accept his invite.

A few minutes later, I received this Linkedin message from dear Peter:

A subtle offer from Peter
A subtle offer from Peter

A subtle offer indeed. This screams spam, phishing, I know not what.

Dr. Morris Chang and TSMC are very much real, but I sincerely doubt that the founder of the Taiwan Semiconductor Manufacturing Company Ltd. would want me to contact him through his gmail.com address, which he probably doesn’t even have, and use the CEO of a small German consultancy company as an intermediate.

A reverse image search gives the scam away. “Peter Fleischmann” uses the picture of Dr. Shaun C. Williams, an endocrinologist  from Connecticut.

Dr. Shaun Williams bio at RMA of Connecticut
Dr. Shaun Williams bio at RMA of Connecticut

The person(s) responsible for the fake Linkedin profile of “Peter Fleischmann” probably stole his picture from Dr. Shaun’s bio at RMA.

Dr. Shaun's Facebook profile
Dr. Shaun’s Facebook profile

I responded to Peter and asked him to give me some more details about his “subtle offer”, but I haven’t heard back from him. I do not dare to send a message to the fake gmail-address, so the precise nature of this “offer” shall remain a mystery to me.

You can report profiles with inaccurate employment or education information, or a profile that is impersonating someone with the Linkedin Notice of Inaccurate Profile Information form. I have done this for “Peter Fleischmann” and am awaiting Linkedin’s reaction.

According to Facebook, between 5,5 and 11,2 percent of its members are fake. Linkedin hasn’t reported such statistics, but if the same ratio applies and based on Linkedin’s 300 million plus-user base, between 16,5 and 33,6 million of its users are fake.

We know now that some of these users are even paying members of Linkedin, which is worrying to say the least…

Update: the fake profile has been removed:

Fake profile removed
Fake profile removed

Categorieën
Boeken Hardware Journalistiek

Zure regen – Het Vermoeden 10 december 1986

Op 10 december 1986 interviewde Betty Mellaerts Peter Vanhoutte en mezelf over ons boek Zure Regen (EPO) in het legendarische radioprogramma Het Vermoeden op wat toen nog BRT1 (radio) was. Ik nam het programma indertijd op vanaf een Kenwood KT880L tuner met een Nakamichi LX3 cassetterecorder op een BASF LH extraI 90m compact cassette. Die opname is bijna 29 jaar nog vrijwel perfect, dus de bewering dat compact cassettes niet lang meegaan klopt duidelijk niet. Ik digitaliseerde die oude opname met een Terratec Audio Rescue soundrecorder. Wat het onderwerp betreft, is er in 30 jaar gelukkig heel wat veranderd. In 1986 maakte men zich bv. pas op om de katalysator te verplichten in auto’s.

Categorieën
Internet Journalistiek

Are sixteen minutes that important?

We reported it on Twitter exactly 4 minutes AFTER it actually happened, without any crew at the scene or nearby. (It took local media some 20 minutes more to my information..)

Michael van Poppel writing about his popular twitter-newsservice @BreakingNewsOn. Technically, he and his growing team can and do beat many traditional news outlets in speed. (Mainly thanks to 24/7 monitoring of all 750 local US news affiliates.) The question remains: are those 16 minutes (20 minus 4) that important? Important enough to make money out of it? No question such a service costs money to run and maintain. No question is it is valuable to some. But I think you never can monetize it enough to cover the cost, or even make a profit. And if you can, the big guns will jump in and crush the little guys. Just my 2 cts and I hope I’m wrong.